Roze wolk?

Je bent in verwachting en daarmee dolgelukkig. Je kunt niet wachten tot je kleine er eindelijk is.  En dan, na al die maanden ongeduldig wachten is het eindelijk zo ver! De bevalling kondigt zich aan. De bollebuikperiode, met de typische zwangerschapsongemakken (maagzuur, pijn in je heupen en rug, niet meer slapen, misselijkheid…) gaat plaats maken voor de welbekende roze wolk. Nog even een paar uur doorzetten en dan….eindelijk je kleine lieve wondertje om vast te houden!

Maar hoe roze is die wolk eigenlijk? En is die bij iedereen wel even stralend roze? Steeds meer hoor ik om me heen dat dit best wel meevalt, of eigenlijk tegenvalt. Ik moet zeggen dat ik dat ook een beetje zo ervaar. Na een pittige bevalling (alsof er niet-pittige bevallingen bestaan) was mijn lieve Max er eindelijk. Een glibberige, paarse baby met nog punthoofd van de bevalling werd op mijn borst gelegd, plaste meteen mijn buik onder en ik vond het prachtig. De mooiste en liefste baby van de wereld. Mijn onderstel voelde dan wel alsof er een Monstertruck-festival overheen had plaatsgevonden, het half uur hechtingen zetten daarna hielp ook niet bepaald, ik was volledig uitgeput, maar….zó gelukkig. Ik kon niet stoppen met kijken naar mijn, inmiddels opgefriste, weer tot normale huidskleur gekomen en helemaal ingepakte, liefste ventje. Verliefdheid is er niets bij. Maar dan ga je een paar uur later weer naar huis (waarom ben ik in vredesnaam niet gewoon een week in een kraamhotel gebleven??). De kraamhulp was nog onderweg, wij zaten op de bank, baby in maxicosi op de salontafel. En nu?? Tja, waar zat de gebruiksaanwijzing? Wat moest ik doen? Gelukkig kwam daar al gauw de verlossende deurbel. Het was eind van de middag, dus de kraamhulp zou nog éven komen om ons op weg te helpen voor de eerste nacht. Ik werd kundig in bed gebonjourd, Husband kreeg uitleg over luiers verwisselen en hoe de baby vast te houden, nog wat borstvoedingsadvies en…tot morgen! Neeeeeeee ga niet weg! Het is dat ik te moe was om me op de grond te werpen en aan haar been vast te klampen, anders had ik het zeker gedaan.

Toen begon het. De eerste nacht. Verliefd? Ja zeker. Helemaal kapot van de bevalling en de behoefte om 3 jaar non-stop te slapen? Ja zeker. Nu zat slapen er niet in. Naïef gedacht van me. Baby had namelijk honger, maar de borstvoeding ging voor geen meter. Er kwam niets op gang, kind kon er niet mee over weg. Drama. Huilen huilen huilen. Wat voeding kunnen geven, maar het huilen was alleen maar te stoppen met mijn pink in zijn mondje. Heftig sabbelend was meneer eindelijk tevreden. Maar die pink mocht er dan ook geen seconde uit. Heel de nacht heb ik mezelf geknepen om wakker te blijven, zodat de kleine in bed naast me kon liggen en ik er niet op zou rollen. Jij denkt dat je ooit wel eens moe bent geweest? Vergeet het, IK was moe. Moe, moe, gesloopt. De komende dagen werd het borstvoedingsprobleem alleen maar groter (ik bespaar je nu even de details, maar lees gerust ook mijn blog BV-maffia eens…). De honger van zoonlief ook en mijn vermoeidheid ook. Ik kon wel janken. O wacht, dat deed ik dan ook dagelijks. Max heeft 4 maanden lang, iedere dag, urenlang gehuild. Gelukkig zat hij binnen een aantal weken op flesvoeding en was het hongerprobleem opgelost. Maar meneer had nog wel steeds veel krampjes. Ontzettend zielig en hartverscheurend om te zien hoeveel last hij had. De machteloosheid die ik voelde was enorm en de wallen onder mijn ogen liepen inmiddels vloeiend door in mijn nog steeds vergrote decolleté.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb geen seconde de baby iets kwalijk genomen, ik heb van ieder lachje, kreuntje, hikje, ongecontroleerd handengebaartje en vasthoud-momentje intens genoten. Ik was vanaf seconde 1 helemaal vol van liefde voor mijn prachtige mensje en die liefde groeide met de dag. Maar…dikke maar….het was zwaar en ik heb ook veel momenten gehuild. Ik ben gefrustreerd en moedeloos geweest. Ik besefte me regelmatig pas tegen een uur of half 3 ’s middags dat ik nog niet had ontbeten en dat ik al 4 dagen niet had gedoucht. Steeds hoorde ik om me heen die andere jonge (schijnbaar fantastisch uitgeslapen en georganiseerde) moeders over hoe prachtig, mooi, fantastisch en wonderlijk die eerste maanden waren. “Vind je ook niet, Elly?”. Ik knikte vriendelijk en ging er maar in mee. Je wilt toch immers niet dat mensen straks denken dat je er niet 200% van geniet? Taboe!

Later hoorde ik steeds meer om me heen andere verhalen. Minder roze gekleurde verhalen. Verfrissende verhalen. Allemaal natuurlijk stapeldol op hun kleintje, maar o wat was het eigenlijk zwaar en o wat waren ze blij dat de kwetsbare, hulpeloze babyfase voorbij was. Nu kon voor hen het genieten pas echt beginnen met hun peuter. Huh? Ben ik niet alleen? Zelfs een zeer dierbare vriendin vertelde me later dat ze zelfs een heuse postnatale depressie had. Mijn hemel, ik wist dat ze zware momenten had, maar ik had zelfs niet door dat dát gaande was! Dat heeft ze heel goed verborgen kunnen houden. En ze voelde ongetwijfeld die drang om het te verbergen, zoals velen. Vanwege het taboe op het niet hebben van die 100% roze wolk rondom een baby.

En daar moeten we maar eens mee stoppen. Ja, mama worden is en blijft het mooiste wat ik ooit heb gedaan in mijn leven en ooit zal doen. Echt. En ik ben hoteldebotel verliefd op de mooiste, liefste, leukste, slimste, grappigste en beste zoon van de wereld. Ik krijg er al vlinders in mijn buik van als ik dit over hem typ. De liefde tussen ouder en kind is inderdaad onbeschrijfelijk groot en sterk, zoals je altijd in cliché-vorm voorgeschoteld krijgt. Ieder woord klopt daarvan. Maar de babytijd is ook zwaar. Je geeft, geeft, geeft en krijgt nog weinig terug. Zeker een baby die net wat vaker huilt, net niet helemaal volgens het boekje zijn ritme vindt (stiekem bijna alle baby’s dus), kost -nee, VREET- energie. Bij de een valt het reuze mee, maar bij velen ook niet. En dat is oké. Je houdt geen greintje minder van je kindje als je een vreugdedansje doet dat die babyfase eindelijk voorbij is. En o wat was ik blij. De opmerkingen om me heen toen hij 1, 2 of 3 werd van “Nou geniet er nog maar van, want dit was echt de leukste fase hoor. Straks heb je je handen vol en denk je ‘waren ze nog maar zo klein’!”, wimpel ik met een glimlach weg. Mijn kerel is over een paar maandjes 4 en ja, er zit wat geboef bij soms, de achter-het-behang-plak-momentjes zijn er wel eens (schaars, maar soms toch echt). Maar ik geniet nog steeds in een stijgende lijn iedere dag meer en meer en meer. Steeds als ik denk dat een mens niet in staat is nóg meer te houden van iemand als dat ik op dat moment doe van mijn lieverd, groeit het nog meer. Iedere dag is de interactie nog groter, de knuffels intenser, de gesprekken uitvoeriger, de humor zo sterk dat we soms kramp in onze kaken hebben van het lachen. Ik ben DOL op mijn kleine man en ik ben ook DOLblij dat hij geen baby meer is!

Weet je, ik heb mijn roze wolk gewoon uitgesteld tot aan de peuterfase. En nu is die wolk groter en meer roze dan ooit!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s